Ze gebruikt woorden die net naast de werkelijkheid landen. Vanmorgen zei ze: “En dan ga ik met de trein.”
Ik dacht even dat ik iets gemist had. Een uitje, een plan, een reis. Maar nee, ze bedoelde de lift.
In haar hoofd klopt het waarschijnlijk nog steeds. Je stapt in, de deuren gaan dicht, je beweegt omhoog of omlaag, je wacht tot je eruit mag. Het verschil tussen trein en lift lijkt klein genoeg om te overbruggen. Het juiste woord is er niet, maar het idee wel.
Haar verbeteren doe ik niet meer. Dat heeft geen zin en het haalt niets terug. Soms knik ik alleen, soms glimlach ik. Het gaat niet om het woord, maar om wat ze bedoelt. En dat begrijp ik meestal nog wel.
Alzheimer schuift betekenissen op. Woorden verliezen hun vaste plek en krijgen iets anders toegewezen. Niet omdat ze het niet weet, maar omdat haar taal langzaam haar eigen logica volgt.
Het is vreemd om te merken hoe taal, iets dat zo vanzelfsprekend voelt, langzaam uit elkaar valt. En tegelijk ontroerend. Want ook al klopt het woord niet meer, de wereld waarin ze leeft is voor haar nog steeds begrijpelijk.
Dit is één van de ochtendgesprekken; een kort moment zoals het zich aandiende, soms helder, soms verwarrend, maar altijd echt.
Reactie plaatsen
Reacties