Vanmorgen belde mijn moeder. Ze vertelde over gisteren, over een afspraak bij de mondhygiëniste. De afspraak stond gepland, maar voor haar kwam het toch onverwacht. Je wordt opgehaald als je aan de beurt bent, en dat moment was ineens daar.
Ze wilde eigenlijk niet mee. Het overviel haar. Ze had net een broodje gegeten en schaamde zich. “Mijn mond vol brood,” zei ze, “heel erg was het.” Het zat haar duidelijk dwars, meer dan de behandeling zelf.
Ik probeerde uit te leggen dat het helemaal niet erg is, dat niemand daar raar van opkijkt. Maar schaamte laat zich niet zomaar wegpraten. Voor haar voelde het als falen, als iets verkeerd doen, terwijl ze niets verkeerd had gedaan.
Alzheimer maakt onverwachte momenten groot. Wat voor anderen een kleine onderbreking is, wordt een bron van onrust. De controle is weg, en daarmee ook de rust die hoort bij weten wat er komt.
Ze vertelde het meerdere keren, steeds met dezelfde verontwaardiging. Ik luisterde, stelde gerust, herhaalde.
Aan het einde van het gesprek lachte ze even. Het broodje was al lang verteerd. De schaamte nog niet helemaal.
Dit is één van de ochtendgesprekken; een kort moment zoals het zich aandiende, soms helder, soms verwarrend, maar altijd echt.
Reactie plaatsen
Reacties