Vanmorgen belde ik mijn moeder. Het gesprek begon zoals zo vaak, wat alledaags, wat voorzichtig. En toen, uit het niets, begon ze over haar overleden man, mijn vader. Hij is jong overleden, pas 43. Dat ligt inmiddels bijna 49 jaar achter ons, maar voor haar was het ineens dichtbij.
Ze vertelde hoe gek ze op elkaar waren, hoe vanzelfsprekend het ooit voelde. En hoe ze hem, ondanks alles, nog steeds mist.
Ze vroeg zich hardop af wat hij nu van haar zou vinden. Van hoe ze leeft, van waar ze woont, van wie ze is geworden. In haar stem zat twijfel, maar ook verlangen. Alsof ze even bij hem wilde aankloppen voor bevestiging.
Ik zei: “Mam, hij zou nog zielsveel van je houden.” Zonder aarzeling, zonder nuance. Dat vond ze fijn om te horen. Je hoorde het aan haar stem; die werd rustiger, zachter.
Alzheimer haalt veel weg, maar niet alles. Liefde lijkt zich te onttrekken aan de slijtage van de tijd. Verdriet ook. Sommige gevoelens blijven intact, zelfs als herinneringen vervagen.
Na een korte stilte zei ze dat ze blij was dat ik dat had gezegd. Daarna ging het gesprek weer over iets anders.
Maar dit moment bleef hangen.
Dit is één van de ochtendgesprekken; een kort moment zoals het zich aandiende, soms helder, soms verwarrend, maar altijd echt.
Reactie plaatsen
Reacties