Vanmorgen belde mijn moeder. Ze klonk gefrustreerd, bijna moedeloos. “Ik kan niks vinden in dit huis,” zei ze. Sleutels, haar armband, koekjes—alles leek verdwenen. Ze liep van kamer naar kamer in haar woorden, probeerde dingen te herinneren en te plaatsen, maar alles gleed haar uit de handen.
Haar stem trilde soms van ergernis, soms van vermoeidheid. Het voelde alsof het huis zelf tegen haar werkte, alsof de kamers niet meer vertrouwd waren.
Alzheimer haalt niet alleen herinneringen weg, maar ook het gevoel van orde. Wat ooit vanzelfsprekend was, wordt een doolhof. Elk ding dat je zoekt, lijkt onbereikbaar.
Ik luisterde, probeerde te helpen zonder te corrigeren. Samen noemen we plaatsen, samen zoeken we kleine stukjes. Vaak is het niet zozeer vinden wat telt, maar het samen bezig zijn, het moment van verbondenheid.
Uiteindelijk haalde ze diep adem en glimlachte een beetje. Het huis blijft hetzelfde, maar haar wereld is veranderd.
En wij zijn er nog, om het samen een beetje hanteerbaar te maken.
Dit is één van de ochtendgesprekken; een kort moment zoals het zich aandiende, soms helder, soms verwarrend, maar altijd echt.
Reactie plaatsen
Reacties