Vanmorgen belde mijn moeder. Ze vertelde dat ze het leuk vindt om de zorg een beetje te helpen: tafeldekken, afruimen, kleine klusjes. Het geeft haar een gevoel van nut, van erbij horen. Toen zei ze ineens: “Het is morgen toch zaterdag, dan ben ik vrij. Dan hoef ik toch niet te werken?”
Haar stem klonk opgelucht en een beetje verbaasd tegelijk. Voor haar voelde het alsof ze nog echt een rol had, een dagelijkse verantwoordelijkheid die soms even door elkaar loopt met de dagen.
Ik legde rustig uit dat ze nu in een verzorgingshuis woont en dat er geen werkdagen meer zijn. Ze luisterde, zei ‘ja tuurlijk’, maar haar zuchten vertelde dat het idee van ‘vrij zijn’ belangrijker was dan de uitleg.
Alzheimer haalt de vanzelfsprekendheid van tijd weg, maar het gevoel dat ze iets bijdraagt, blijft bestaan.
We praatten nog even verder over wat ze morgen kan doen, kleine dingen die zin geven.
En voor nu was dat voldoende: een moment van trots, een moment van geruststelling, een moment samen.
Dit is één van de ochtendgesprekken; een kort moment zoals het zich aandiende, soms helder, soms verwarrend, maar altijd echt.
Reactie plaatsen
Reacties