We zaten aan tafel in haar verzorgingshuis. Mijn moeder, ik, en een paar andere bewoners. Het was gezellig. Er werd wat gekletst, af en toe gelachen, soms door elkaar heen. Ze leek op haar gemak, aanwezig in het moment.
Ik stond op om iets te drinken te halen. “Ik ben zo terug,” zei ik.
Ze keek me strak aan. “Je moet ook iets meenemen voor de zorg,” zei ze. Alsof dat vanzelfsprekend was. Alsof het hoorde bij hoe je met mensen omgaat.
Ik zei dat dat niet nodig was. “Nee mam, die zijn aan het werk.”
Dat was het verkeerde antwoord. Haar gezicht betrok. “Dat is niet netjes,” zei ze. Boos, bijna gekwetst. Alsof ik iets fundamenteels verkeerd deed.
Ik probeerde het uit te leggen, maar dat maakte het niet beter. De boosheid bleef even hangen, zonder duidelijke plek om heen te gaan. Daarna zakte het weg, zoals het gekomen was.
Later haalde ik mijn drankje en gingen we weer praten, alsof er niets gebeurd was.
Alzheimer haalt soms de context weg, maar niet het gevoel.
Wat blijft, is haar behoefte om te zorgen. Zelfs nu nog.
Dit is één van de ochtendgesprekken; een kort moment zoals het zich aandiende, soms helder, soms verwarrend, maar altijd echt.
Reactie plaatsen
Reacties