Vanmorgen belde mijn moeder. Ze klonk geïrriteerd, alsof iets niet wilde lukken. “Dat ding doet het niet,” zei ze. Welk ding wist ze zelf ook niet precies. Het lag naast haar, zei ze. Met knoppen.
Al snel bleek dat ze haar telefoon en de afstandsbediening door elkaar haalde. Ze drukte, probeerde, wachtte. Er gebeurde niets wat ze verwachtte. Ik hoorde haar zuchten. “Vroeger wist ik dit allemaal,” zei ze, bijna verontschuldigend. Alsof ze zich moest verantwoorden voor iets wat haar simpelweg overkomt.
Ik legde rustig uit wat wat was. De telefoon om te bellen. De afstandsbediening voor de televisie. Ze luisterde aandachtig, alsof het nieuwe informatie was. Even later begon het opnieuw. Dezelfde verwarring, dezelfde vraag.
Alzheimer maakt geen onderscheid meer tussen dingen die ooit vanzelfsprekend waren. Functies vervagen, betekenissen schuiven door elkaar. Wat bij elkaar hoort, raakt los. Wat los is, wordt één.
Aan het eind van het gesprek zei ze: “Fijn dat jij het nog weet.”
En even voelde het alsof dat nu onze rolverdeling is geworden.
Dit is één van de ochtendgesprekken; een kort moment zoals het zich aandiende, soms helder, soms verwarrend, maar altijd echt.
Reactie plaatsen
Reacties