Vanmorgen belde mijn moeder. Ze klonk beslist. “Het is morgen zondag,” zei ze.
“Nee mam,” antwoordde ik, “het is morgen donderdag.” Het bleef even stil. “Weet je dat zeker?” vroeg ze. Alsof zij degene was die twijfelde aan míj. Alsof de dagen misschien van plaats waren gewisseld en ik dat nog niet had gemerkt.
Voor haar is tijd geen vaste lijn meer. Dagen schuiven door elkaar, verliezen hun volgorde. Wat gisteren was, kan net zo goed morgen zijn. En soms voelt zondag dichterbij dan donderdag, gewoon omdat het zo voelt.
Ik herhaal het rustig. Donderdag. Geen haast, geen nadruk. Ze luistert, denkt even na, en zegt dan dat ik het vast wel zal weten. Toch hoor ik de twijfel in haar stem.
Het is vreemd hoe Alzheimer de zekerheid verplaatst. Niet alleen bij haar, maar ook bij mij. Want heel even vraag ik me af: zou ík het mis hebben?
We praten nog wat verder, over niets bijzonders. Aan het einde van het gesprek maakt de dag er even niet meer toe.
Het was gewoon weer een ochtendgesprek.
Dit is één van de ochtendgesprekken; een kort moment zoals het zich aandiende, soms helder, soms verwarrend, maar altijd echt.
Reactie plaatsen
Reacties